Twee maten (m/v)

25/08/2016

Een dinertje met collega’s van mijn man. En partners. Ik vind het altijd leuk om ze in levenden lijve te zien, die mensen over wie ik ’s avonds op de bank verhalen hoor. Ze komen dan helemaal tot leven voor mij.

Er was een tafelschikking. Dan kun je het treffen of niet. Ik vond dat ik het trof. Mijn tafelpartner aan de linkerkant was een vriendelijke man met diepblauwe ogen en een voor zijn leeftijd van 69 jaar nog wilde haardos. Hij stelde zich voor: “Maarten, aangenaam je te ontmoeten.” Of hij mijn naam hoorde, weet ik niet. Hij had vooral aandacht voor het zorgvuldig naar achteren schuiven van mijn stoel. “Met wie ben jij mee gekomen?” vroeg hij toen we aan tafel zaten. Ik stelde me voor als de partner van mijn man. Hij knikte, nam een stevige slok wijn en stak van wal. Na een half uur aandachtig luisteren wist ik hoe uitdagend zijn banen waren geweest en dat hij nog lang niet van plan was om af te bouwen. Om over stoppen nog maar te zwijgen. “Ik heb nog zo veel te bieden en aan energie geen gebrek. Het zou toch pure kapitaalvernietiging zijn als ik met pensioen word gestuurd!” Ik knikte instemmend. Ook ik wil nog jaren door. We waren dus bondgenoten.

“Voel jij je soms niet ook wat bezwaard dat onze generatie met dat lange doorwerken voor jongeren de pijplijn verstopt op de arbeidsmarkt?” Het leek me een interessant gespreksonderwerp voor bij het hoofdgerecht. Mijn tafelpartner lachte minzaam naar me en zei: “Voor vrouwen is dat anders. Ik bén mijn werk. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik niet van mijn vrouw en kinderen hou. En mijn kleinkinderen niet te vergeten. Maar dat alleen is geen vervuld leven voor mij. Dat is moeilijk uit te leggen aan jullie.” Jullie? Ik keek snel achterom of daar iemand stond. Dat bleek niet het geval. “Jullie?” vroeg ik dus. “Jullie vrouwen.” “Wat begrijpen wij niet?  Ik heb ook mooie banen gehad. Ik heb ook veel kennis en ervaring al ben ik dan nog niet op jouw leeftijd.  En ook ik kan me niet voorstellen hoe het leven er straks zonder baan uit ziet.” Dit was het moment om hem mijn verhaal vertellen over uitdagend werk, persoonlijke groei en betekenisvol bezig zijn. Maar hij was me voor. “Ik begrijp heel goed dat jullie graag een stapje opzij doen voor de kinderen. En daarbij, er is nog zo veel vrijwilligerswerk te doen.” Ik besloot om tijdens het dessert mijn tafelpartner aan de rechterhand wat beter te leren kennen.

Zebraschoentjes

26/07/2016

Ik zag ze op tv, allebei achter een eigen katheder, het vertrouwde beeld bij het NOS Journaal van twee regeringsleiders die met elkaar hebben gesproken en daarna iets daarvan teruggeven aan journalisten. Meestal hoor ik de woorden die de heren uitspreken met enige scepsis aan, omdat ik er niet op vertrouw dat die een afspiegeling zijn van wat er zich achter de gesloten deuren heeft afgespeeld. Nu was het anders. May en Merkel, hun hoofd een beetje schuin naar rechts gebogen, kregen van mij het voordeel van de twijfel. Na afloop van hun eerste ontmoeting zei Theresa May, de nieuwe Britse premier: “We hebben hier twee vrouwen die willen aanpakken en een zo goed mogelijk resultaat voor de Britse en voor de Duitse bevolking willen bereiken.” Daarna viel het even stil. De camera draaide naar Angela Merkel, die aandachtig luisterde naar de wat vertraagde vertaling. Toen ze het microfoontje uit haar oor haalde, lachte ze naar haar Britse collega en zei spontaan en ferm: “Genau!”

May en Merkel hebben niet mijn politieke kleur. En ik ben ook geen adept van de gedachte, dat het vanzelf goed komt als een vrouw het doet. Maar bij het zien van deze twee vrouwen voelde ik een sprankje hoop dat het weer de goede kant op kan gaan met Europa. Dat ze bij de UK en Duitsland willen beginnen, neem ik voor lief. Hier stonden twee regeringsleiders die naar elkaar leken te luisteren, echt met elkaar hadden gepraat en de handen uit de mouwen wilden steken in plaats van eindeloos lucht te verplaatsen. Ik ben er vast van overtuigd dat Angela Merkel met Theresa May niet heeft gesproken over hoe ‘verdomd moeilijk’ men haar vindt, over hoe ze omgaat met haar ongewenste kinderloosheid of over haar keuze om saaie mantelpakjes op te vrolijken met luipaardhakjes, leren knielaarzen, knalrode sleehakken en naaldhakken in zebraprint.

 

Vrouwopmaat.nl

25/05/2016

Met een beetje goede wil en in de wetenschap dat je er na afloop een prettig gevoel aan overhoudt, kan iedereen een bijdrage leveren aan de participatiesamenleving. Het is toch vooral een kwestie van goed plannen. En laten we even eerlijk zijn, er is altijd nog wel wat lucht in je agenda te vinden voor een persoonlijke dosis liefde en burenhulp. De steeds intensiever wordende verzorging van je moeder doe je toch met liefde? En als je naar de supermarkt gaat, waarom zou je dan niet ook het boodschappenlijstje van je immobiele buurman meenemen? Je gunt je dochter die veelbelovende baan, dus spreek je af dat jij op woensdag op je eerste kleinkind past. En komen er meer, dan heb je nu al besloten daar ook als oppasgrootouder van te genieten. Misschien moet je je penningmeesterschap bij het koor dan wel overdragen aan een ander koorlid. Maar och, misschien ook niet want zo veel tijd kost het nou ook weer niet.

Voor mij als historica is aandacht voor het verleden om het heden te begrijpen, een tweede natuur. Terugkijkend op mijn eigen geschiedenis zie ik beelden van mijn moeder die, sinds wij kinderen het ouderlijk nest verlieten, druk in de weer was met de kwetsbaren in haar omgeving die zorg en hulp nodig hadden. Decennia later leven we natuurlijk in een andere tijd. Van mannen én vrouwen wordt verwacht dat ze economisch zelfstandig zijn. Het gezin is niet langer de enige hoeksteen van de samenleving. Gezinnen zijn kleiner geworden, waardoor de zorg voor hulpbehoevende ouders over minder kinderen wordt verdeeld. En dat terwijl mensen ouder worden en doorwerken tot je 68e een feit is. In deze maatschappelijke context zitten zo’n 4 miljoen Nederlanders in de mantelzorg.

Er is één opvallende constante sinds de opbouw van de welvaartsstaat medio vorige eeuw tot in de huidige participatiesamenleving. En dat zijn de mantelzorgers zelf. Deze plooibare, emotioneel betrokken mensen die gevraagd en ongevraagd het voortbestaan van de zorg voor elkaar veiligstellen, deze burgers waar een beroep op wordt gedaan, het zijn nog steeds vooral vrouwen. Zolang dat niet verandert, stel ik voor om de sekseneutrale woorden ‘mensen’, ‘burgers’ en ‘mantelzorgers’ te vervangen door ‘vrouwen en andere mensen’.

Coupé Privé

30/03/2016

Jan Petersen wordt ontslagen. Vandaag nog. Ik weet het waarschijnlijk eerder dan hij zelf. De reden van zijn ontslag is voor alle meeluisteraars duidelijk: Jan heeft de boel belazerd met zijn dubbele agenda  en stiekeme gedrag. Zijn leidinggevende, de man met de zware basstem tegenover mij, laat niet met zich sollen. Dat Truus, de buurvrouw van de treinreiziger achter mij, vannacht is overleden na een ziekbed van drie maanden, is ook geen opbeurend nieuws. Ze heeft tot het laatst gevochten tegen haar lot, maar ze kon de strijd niet winnen.  Zelfs haar ex was er kapot van. Het blijft even stil. Dan grijpt een kalende man, die zich bij gebrek aan zitplaatsen staande houdt in het gangpad, in zijn binnenzak waaruit de eerste akkoorden van Hello from the other side van Adèle klinken. ‘Met Hans…. Goeiemorgen Freek, goed van je te horen! Ik wilde de meeting van vanmorgen even met je voor bespreken. Die Steenkamp zet hoog in, verwacht ik. Ik kreeg gisteravond nog een vertrouwelijk rapport onder ogen. Moet je horen, ik lees je een alinea voor….. .’

Het is een dagelijks terugkerende uitdaging om me af te sluiten voor  het nieuws van de dag dat me ongevraagd  wordt aangeboden. Het kost me geen moeite om de bijdragen aan de conversatie in de coupé letterlijk te volgen. De stemmen zijn helder en hard, de uitspraak duidelijk. Het is bijna een teleurstelling dat het gesprek niet op de speaker staat, waardoor ik de andere kant niet kan horen. Gelukkig laten de pratende passagiers aan deze kant van de lijn weinig aan de fantasie over. Er trekken drama’s , hilarische situaties  en serieuze besprekingen aan me voorbij. De krant op mijn schoot is een stilleven dat daar niet tegenop kan. Hoe graag ik ook zou willen, ik kan mijn concentratie niet bij het artikel houden. De kop Opgeven privacy in ruil voor zorg en veiligheid  trok vijf minuten geleden nog mijn aandacht. In de eerste kolom stond het Elektronisch Patiënten Dossier centraal  met alle risico’s van misbruik en schending van de privacy. Gevolgd door een volgend voorbeeld waarin onze persoonsgegevens steeds meer worden prijsgegeven aan de openbaarheid: de terrorismebestrijding.                                                                                                                             Ik probeer mijn aandacht weer op het krantenartikel te richten. Dat lukt een paar minuten. Met plaatsvervangende gêne gluur ik naar een struise jonge vrouw die haar IPhone toevertrouwt dat ze in de nieuwe bh’s van Hunkemöller cup C blijkt te hebben.    Beschermen van de privacy ten koste van wat? In de trein lijkt dat een dilemma uit een andere wereld.

Zelfvertrouwen

25/02/2016

‘ Zou je misschien…dan toch… een beetje…als het niet te veel gevraagd is….’
Herkenbare vrouwenwoorden, woordjes eigenlijk, toch? Strooiend met deze woorden klinken de meest creatieve voorstellen aan de vergadertafel bijna als een verontschuldiging dat ze het heeft bedacht. Die geniale oplossing waarmee ze het complexe probleem te lijf ging, wordt zo klein gemaakt dat niemand haar prestaties ziet. En de te vriendelijk gestelde vraag om ondersteuning geeft de ander alle ruimte om weg te lopen.
Alsmaar twijfelen, eerst en vooral aan zichzelf, alle dure trainingen ten spijt. Wat meer bravoure zou wonderen doen.Het wordt tijd dat we de kunst van het zelfvertrouwen onder de knie krijgen. Zoals de tenor die ik een maand geleden ontmoette.

Ik had me opgegeven voor de uitvoering van het Requiem van Brahms in een meezingkoor. En met mij duizend andere zangers die de publieke tribune van het Vredenburg in Utrecht vulden op een zaterdagavond in januari. Het beloofde een geweldig event te worden.
De vakken van de sopranen, de tenoren, bassen en alten liepen snel vol.
In het alten-vak stond ik, omringd door honderden vrouwen. Schuin boven mij ontdekte ik een man. Die had waarschijnlijk niet door dat hij in het verkeerde vak was gaan zitten. Vanuit een ooghoek zag ik de man verbaasd om zich heen kijken.
‘Meneer’, hoorde ik een vrouw zeggen die naast hem stond, ‘ ik denk dat u zich heeft vergist. U zit in het verkeerde stemvak.’ De man draaide zich verstoord om. Hij keek zijn buurvrouw streng aan. ‘ Dat denk ik niet, mevrouw’, zei hij met een heldere tenorstem, ‘ dit is het vak voor de tenoren.’ De vrouw glimlachte vriendelijk en schudde haar hoofd ter ontkenning. ‘ Dit zijn de alten, meneer, kijk maar eens om u heen.’
Inmiddels hadden alle vrouwen om hem heen zijn aandacht. Onbewogen keek de man naar links, naar rechts, naar boven en naar beneden. ‘Die zitten niet op de goede plek,’ reageerde hij. Zijn vrouwelijke omstanders lachten hem minzaam toe, zonder geluid, wachtend tot het besef zou doordringen dat het waarschijnlijker is dat één man tussen honderden vrouwen zich vergist dan honderden vrouwen rondom één man. Het duurde enkele lange minuten. Toen stond hij op, schoof langs een volle rij vrouwen en ging op tussen de mannen in het tenorenvak.
Of hij goed kon zingen, mijn tenor, dat heb ik niet gehoord die avond. Maar wat een zelfvertrouwen!

Carla Wijers

Carla.jpg


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 42 andere volgers